De olifant in de porseleinwinkel
een leiderschapsparodie
De eigenaar van een grote porseleinwinkel heeft een olifant als huisdier.
En hij beslist dat zijn huisdier mee naar de winkel mag.
Nu weet iedereen dat olifanten en porseleinwinkels geen goed idee zijn.
En de olifant maakt inderdaad heel wat kostbare stukken kapot.
Dus de eigenaar onderneemt actie:
hij huurt een adviesbureau in om zijn porselijn zo goed mogelijk te bubble-wrappen, olifant-bestendig
het personeel krijgt reflex-training, om vallene stukken alsnog te redden.
Gevolg, 30% van zijn omzet uitgegeven aan training en advies, en nog steeds evenveel stukken.
En de klanten blijven weg, bang van de olifant.
Dus de eigenaar huurt een ander adviesbureau, betere bubble-wrap technieken.
Personeel krijgt teamwork-training om nog meer stukken te redden door samen te werken.
Uiteindelijk blijven er stukken sneuvelen.
De goede teamleden met uitzonderlijke expertise in porselijn vertrekken. Heartbroken van al die mooie stukken die er elke dag aan gaan.
En de klanten, die blijven helmaal weg.
Vind je dit over the top?
Vervang de bubble-wrap adviesbureaus door change managers
Vervang de reflex trainingen door feedback of cultuur trainingen.
Herken je het dan wel?
De meeste ondernemers zijn zo gewend aan het geluid van brekend porselein dat ze de factuur voor de bubble-wrap als een noodzakelijke bedrijfskost zien.
Ik niet.
Ik benoem de olifant in de porselijnwinkel.
Als het kan, nog voor die binnen staat.
Ik kom niet om je personeel te leren vangen.
Ik kom om de olifant naar buiten te begeleiden.
Wil je weten waar de deur staat?
De Olifant-paradox: Wat kost brekend porselein je écht?
De parabel van de olifant in de porseleinwinkel klinkt als een absurdistische grap, maar in de realiteit van de directiekamer is het bittere ernst. De meest gestelde vraag die ik krijg is: “Ik zie de olifant, maar waarom lossen onze change-trajecten en trainingen het probleem niet op?”
Het antwoord is simpel: omdat je betaalt voor de bescherming, niet voor de oplossing.
De onzichtbare factuur
Niemand boekt een olifant in als bedrijfskost. En toch staat hij onderaan de streep.
In de organisaties waar de olifant vrij spel krijgt, ziet de factuur er vaak zo uit:
De Bubble-wrap: Een change-traject van zes maanden dat veel papier produceert maar weinig beweging veroorzaakt.
Het Talent-lek: Je beste mensen vertrekken. Niet omdat ze elders meer verdienen, maar omdat ze het constante geluid van brekend porselein niet meer verdragen.
De Focus-tax: Een MT dat 80% van de tijd vergadert over symptomen en brandjes, terwijl de strategische olifant rustig zijn gang gaat.
De bubble-wrap kost geld. De olifant kost een fortuin. Het verschil? De bubble-wrap staat op de factuur, de olifant zit in de marge.
Waarom wordt hij niet benoemd?
Niet omdat de olifant onzichtbaar is. Iedereen ziet hem. De teamleden voelen hem, de klanten merken hem, en de talenten die vertrekken noemen hem vaak letterlijk in hun exitgesprek.
Maar in de directiekamer is de olifant onderdeel van het meubilair geworden. Men is zo gewend geraakt aan de brokstukken dat de focus is verschoven naar ‘schadebeperking’. Er wordt vergaderd over betere technieken, snellere reflexen en meer weerbaarheidstraining.
Ondertussen gooit de olifant de volgende vaas omver.
De verschuiving: Wanneer de olifant vertrekt
Echte verandering begint niet met een nieuw cultuurprogramma op de werkvloer. Het begint bij het besluit om de deur open te zetten.
Zodra de focus verschuift van het beheren van de chaos naar het begeleiden van de bron naar buiten, gebeurt er iets voorspelbaars:
Beslissingen landen sneller omdat de onzichtbare blokkade weg is.
Teams nemen hun eigenaarschap terug; ze hoeven niet meer constant te bukken voor vallende scherven.
De agenda van de directie gaat weer over groei in plaats van over reparatie.
Niet omdat er plots een magische nieuwe strategie is, maar simpelweg omdat de bron van de frictie weg is.
Wil je weten waar de deur staat
?



